Gezinsuitbreiding

Wat vliegt de tijd. Al weer drie maanden in Deventer. Gelukkig is het niet zo ver dat er niemand meer langs komt. Een aantal vrienden heeft de brug over de IJssel al gevonden en natuurlijk is er ook altijd een plekje voor wie de komende periode aan wil waaien. Een beetje westenwind en je bent er in een zucht.

Het huis is ingericht, eindelijk hebben we wifi en telefoon. Deventer en omstreken is al aardig verkend. De eerste sneeuw heeft onze straat en tuin bedekt. Het nieuwe huis voelt als een veilige haven.

We hebben allebei een baan. Marjon bij een SOS hulpcentrale en zal alle vrachtwagenchauffeurs met een ‘platte’ ergens onderweg in Europa weer op de baan helpen. Simon werkt al weer een paar weken bij de ABN AMRO als webcoordinator. Het reguliere leven heeft zijn gang weer genomen. Huisje, boompje, … en ja dat ontbrak er nog aan! Het beestje… Vandaar de gezinsuitbreiding.

02guapa

Guapa! Een superlieve, steeds ondeugender, kleine doerrak van een poes. We weten niet precies hoe oud ze is, waarschijnlijk rond de vier maanden. Als een kleine ontdekkingsreiziger dwaalt ze door het huis. Snuffelt links en rechts, duikt op de bank, zit voor het raam naar buiten te turen, sluipt over de vloer en valt om de haverklap haar eigen staart aan. Heerlijk. Een paar weken geleden is ze bij het dierenasiel afgeleverd en wij waren de eerste die haar daar zagen. Meteen waren we verliefd en dus vonden we dat ze bij ons beter af zou zijn dan in zo’n kil asiel.

Ook op het vlak van persoonlijke ontwikkeling is er van alles gaande. Marjon heeft besloten om de Fotovakschool te gaan volgen. Het ontdekken van deze grote passie tijdens de reis en zoveel lieve complimenten over haar foto’s, heeft haar over de drempel geholpen. Half januari start de basisopleiding. Daarna moet er een keuze worden gemaakt om de volledige opleiding tot erkend fotograaf te gaan doen.

Tja, de reis. Het lijkt soms zo ver weg, maar tegelijkertijd ook zo dichtbij. Dagelijks zijn we er mee bezig. Mbali die nog naast het huis staat, de foto’s, reizigers die nog onderweg zijn, een documentaire op TV, het draagt allemaal bij om de waanzinnige herinnering aan Afrika warm te houden en te koesteren. Het heeft ons leven veranderd. We zijn dichter bij onszelf gekomen en proberen daar ook te blijven. Iets wat niet altijd even makkelijk is hier in Nederland. Maar we doen ons best.

En dan nog wat formaliteiten:
Een nieuw vast telefoonnummer (0570) 755 495, en Simon is ook weer mobiel 06 425 96 234.

Zo zijn jullie weer op de hoogte van ons wel en wee. Tot de volgende keer: via het log of nog liever live bij ons in Deventer of bij jullie. Guapa staat al op de uitkijk!

03guapa

13 December 2008
By on 14:50
Voeten in de klei

Na een lange stilte eindelijk weer eens een bericht van het duo. Het zoeken, vinden en inrichten van een huis heeft ons de laatste weken behoorlijk opgeslokt. Maar de zoektocht is succesvol geweest. We zijn inmiddels geland aan de rand van de IJssel in Deventer. Een schitterend hoekhuis met twee verdiepingen. Jawel, Mbali is ingeruild voor een waar herenhuis.

Voorkantstjurrienstr Huiskamer1

Al onze spullen zijn her en der vandaan gehaald en hebben een plaats gekregen. We voelen ons helemaal thuis. Natuurlijk missen we de ruimte en het avontuur in Afrika. Dat kan ook niet anders… We mijmeren nog vaak weg bij de gedachten aan eindeloze vlaktes en bergen, wilde beesten, prachtig vogelgezang en de schitterende mensen. Maar Deventer maakt veel goed. Het is een superleuke stad met een oud en pittoresk centrum. Alles op loopafstand. Stedelijk en toch dorps. Precies wat we zochten.

Huiskamer2 Afrikadetail

De eerste week vielen we meteen met onze neuzen in de boter. Er was een straatfeest georganiseerd waar we veel van onze nieuwe buren hebben ontmoet. Titia werkt op vijf minuten afstand en komt regelmatig even aanwaaien. De ouders van Marjon wonen op half uur rijden. Allemaal reuze gezellig.
Al met al loopt het dus best wel voorspoedig. Ook op het banenfront zijn er ontwikkelingen, maar daarover later meer.

Net als op de Kleine Veenkade is iedereen weer van harte welkom om langs te komen. En omdat het niet voor iedereen meer ‘om de hoek’ is, hebben we zelfs een extra bedje staan.

(We hebben hierover ook een mail uitgestuurd met het adres enzo, maar sommige berichten worden gebounced. Hebben onderweg dus ergens wat emailadressen ‘verloren’. Als je dit leest en geen email hebt gehad, mail ons dan even met je juiste adres ;-) ) Baie Dankie

1 October 2008
By on 14:53
Voeten op de Nederlandse klei

Vrijdag 08-08-2008 reden we  Mbali voor de tweede keer de container in. Een vreemde gewaarwording om daar in het verre Kaapstad afstand te doen van wat toch bijna twee jaar ons huis is geweest. De shipping agent, Peter Schultz had alles goed geregeld en de hele procedure verliep vlekkeloos.
Wij gingen terug naar ons Backpackershotel en hebben nog een paar dagen door Kaapstad geslenterd. Maar eigenlijk waren we er wel klaar mee. We voelden ons een beetje geamputeerd, als een incomplete ‘drie musketiers’.
Maandag 11 augustus stonden we om vijf uur ‘s ochtends op het vliegveld om na zo’n vijftien uur voeten op Duitse bodem te zetten. Om middernacht arriveerden we met pa en ma Van den Enk in Borne. In de garage staat onze hele inboedel in dozen opgestapeld. Bij het zien van al die spullen keken we elkaar lachend aan en zeiden: ‘Zo, nu nog een huis er omheen!’.

Op het moment zitten we in Utrecht en zijn druk bezig met het zoeken naar een huis, banen en een vervanger voor Mbali.
Helaas zit het mooie weer nog met Mbali in de container, maar als die rond 5 september in Rotterdam opengaat, zal het stralende Afrikaanse zomerweer er mee naar buiten komen. Nog even geduld dus.

44bijnaweeropaarde

De komende periode zullen we gebruiken om van het landen op de klei, wat steviger in de klei te zakken. Dat gaat met vallen en opstaan. We zijn reuze blij terug te zijn, maar het geeft ook een leeg gevoel. Twee superjaren zijn voorbij gevlogen. Nu gaan we werken aan een supertoekomst in Nederland. Het is heerlijk om onze vrienden weer te zien en we hebben al zoveel fantastisch lieve telefoontjes en sms-jes gehad, dat is hartverwarmend. En na twee jaar ‘uitstel’ hopen we binnenkort echt tegen jullie te kunnen zeggen: Tot morgen!

20 August 2008
By on 16:20
Natuurwonderen in Namibie

Swakopmund uit rij je recht de beige zandduinen in. Het hele gebied van daar tot aan Walvisbaai is een grote zandbak. Mooie glooiende en hoge zandduinen. Onze herinnering gaat terug naar Mauritanie waar we drie weken in de Sahara verbleven. De laatste tijd zijn we wel wat vaker weemoedig. Het einde zit er aan te komen en daar komen veel emoties aan te pas.

Maar goed, we zijn nog hier… Na de duinen begint de woestijn. Uren jagen we over de zandwegen door lege landschappen. Een hete oostenwind blaast door de ramen en maakt dat we op een gegeven moment wat rustiger aan moeten doen omdat de motor warm loopt. We klimmen langzaam een pas op en genieten van de vergezichten. Richting Solitaire gaat het. Waar je naar het schijnt de heerlijkste appeltaart kunt eten. Het blijkt een uit drie huizen bestaand gehucht te zijn waar vele toeristen uit grote bussen stromen. Niet echt ons pakkie an. Dus gaan we nog wat verder in de richting van Sossusvlei, waar de mooiste en grootste duinen ter wereld zijn. Dat mogen we niet missen. We vinden een prachtige camping waar we ‘s avond genieten van een heerlijke steak met de eigenaars en twee vrienden van hen. Dikke lappen vlees gaan over tafel en de wijn vloeit rijkelijk. We kunnen het heel goed vinden met z’n zessen en genieten. Het is een bijzonder plek met bijzondere mensen. Omdat het hier zo bevalt, blijven we nog een dagje.

06slingerendeduinensossusvlei 07watroodenhoogsossusvlei

Dan is het toch echt tijd voor de zandduinen. Om half vijf zijn we uit de veren om zoveel mogelijk van het ochtendlicht over de zandvlaktes te kunnen zien. Het is prachtig. De torenhoge rode duinen met scherpafgetekende zwarte schaduwkanten. Duinruggen die als slangen door het landschap slingeren. Naast Sossusvlei is er ook een die Deadvlei heet. Een niet heel erg uitnodigde naam. Maar de zoutpan met dode bomen is zeer fotogeniek. We klimmen er over de kam van een duin naartoe, waarna we langs de steile duinwand door het diepe zand afdalen. Ondanks dat het ook hier een behoorlijk toeristisch geheel is, genieten we met volle teugen.

10hethoudnietopsossusvlei 12deadvleinamibie

En het is nog niet klaar. Voor we dit schitterende, desolate land verlaten moeten we het kokerbomen woud, met prachtige oeroude aloe bomen, de Giant Playground en last but nog least de Fish River Canyon gaan bewonderen. 15 Miljoen jaar oud. We staan er naast Mbali ademloos aan de rand en turen de diepte in. wandelen wat rond en beseffen ons wat een oerkrachten er moeten zijn geweest om dit wonder te creeeren. Je wordt er bijna een beetje angstig van als je er over nadenkt.

19fishrivercanyonnamibie 20mbaliopdeedgenamibie

De laatste dag in Namibie maken we een detour door een mooi woestijngedeelte met een hoog bergmassief aan de rand. Op deze manier rij je een zestig kilometer langs Oranjerivier, de grens met Zuid-Afrika. Vlak bij Noordoewer overnachten we om de volgende dag bijtijds de grens over te  steken.

Afrika Anders

De formaliteiten aan de grens worden naar mate we zuidelijker komen steeds eenvoudiger. We hoeven het Carnet voor Mbali niet eens meer uit- en in te stempelen. We lopen wat kantoortjes af, verzamelen wat stempels en that’s it!
We zijn erg benieuwd naar Zuid-Afrika. Beiden hebben we niet zo’n positief beeld van het land. Gelukkig maakt het landschap de eerste honderd kilometer veel goed. Het is hier groen. Een welkome afwisseling na alle droogte. Van Viktor en Esther, een leuk Nederlands stel dat we bij Fish River Canyon hebben ontmoet en net begonnen zijn met hun reis van Cape-Town naar Nederland, hebben we het naam van een prachtige campsite doorgekregen. Het is inderdaad een plaatje en voelt als ‘georganiseerd’ bushcampen. Maar het is bar koud en ‘s ochtends ligt er een laagje rijp op de grond. Freezing dus.

Vlak voor de campsite ligt een plaatsje dat Springbok heet. Onze eerste kennismaking met Zuid-Afrikaanse stadjes. We voelen een ‘lastige’ atmosfeer. Veel ‘coloured people’, veel dronkenlappen. Verknipt is het trefwoord. ZA heeft een bewogen geschiedenis en de onderlinge verhoudingen tussen blank, gekleurd en donker is (op z’n zachts gezegd) niet altijd even goed. Dat brengt een rare en soms nare sfeer met zich mee. We voelen ons voor het eerst in Afrika wat ongemakkelijk met de situatie. En hopen door met mensen te spreken de komende dagen wat meer inzicht te krijgen in de verhoudingen.

31augustusaandewestkustrsa 39wildeaaronskelken

De dag erop rijden we richting het zuiden. Onderschatten de snelheid van de wegen een beetje en maken een lange dag waarvan een behoorlijk gedeelte off-road. Uiteindelijk stoppen we in Pakhuys een klein dorpje in het Cedergebergte. Bizarre rotsformaties en overal zie je de meest schitterend gekleurde bloemen uit de grond schieten. We zijn nog vroeg in het seizoen maar kunnen ons voorstellen hoe dit er over een maand moet uitzien. Prachtige vergezichten met miljoenen wilde bloemen in alle kleuren.
Het weer is guur dus gaan we eerst op zoek naar een guesthouse. Helaas zitten ze vol. Wel krijgen we een rondleiding door het wijnfabriekje van de supervriendelijke eigenaar. Hij geeft ons nog een flesje mee voor straks bij de tent.

De wijnman tipt ons over Tietiesbaai. Een streek aan de kust die erg mooi en nog niet helemaal uitontwikkelend is. We besluiten die aanrader niet naast ons neer te leggen en gaan zeewaarts. De dag begint erg mistig, winderig en koud. We zien na een paar uur de bulderende zee. Ruw en wild. Rijden door naar het kustplaatsje Paternoster.

Even aarden

Op de GPS heeft Simon een guesthouse zien staan. Hoekie, genaamd. We hebben geen idee wat het is maar een onderliggend gevoel zegt dat we daar eerst moeten gaan kijken. Als we voor de deur staan, wordt er open gedaan door Otilja. Ze zegt dat er een kamer beschikbaar is en Marjon neemt een kijkje. Ze is meteen verkocht en ondanks dat het budgettechnisch niet zo verstandig is, zitten we twee uur later in een heerlijk heet bad met een wit wijntje. Pffff… we spoelen het stof en de lange dagen van ons af. Marjon is de dag ervoor door haar rug gegaan en het in en uit de auto klimmen is daar niet echt bevordelijk voor. Dus genieten we op het moment van de aanwezige luxe.

35estherenotilja 36paternosterwestkustrsa

Hoekie wordt gerund door Otilja en Esther, een fantastisch stel. Ze zijn supergeinteresseerd in ons verhaal en de volgende ochtend na het ontbijt praten we honderd uit, kijken foto’s en herbeleven de laatste negen maanden. Esther is redacteur van de lokale krant en wil een artikel over ons plaatsen in de volgende editie. Dus hebben ze een lijst met bijna veertig vragen voor ons opgesteld, die we samen doorlopen. Van het ene verhaal vallen we in het andere.
Het klikt enorm en we besluiten nog een dagje te blijven. Marjon wil voorstellen ‘s avonds voor ons vieren te koken, maar ze zijn ons voor en nodigen ons uit voor een echte Zuid-Afrikaanse braai. Worstjes, dikke vette steak, lamskoteletten. Jammie. Tot twee uur ‘s nachts bomen we over het leven, de reis, hun achtergronden en toekomst. Het voelt als thuiskomen. Een warm bad.

Tijdens de braai vraagt Esther of we niet nog een paar daagjes in Paternoster willen blijven. Ze heeft een huisje waar ze geen gebruik van maakt en wij mogen het gerust een paar dagen lenen. We slapen er een nachtje over en nemen dan graag het fantastische aanbod aan. Het is hier mooi, rustig en zo hebben we de kans even te aarden.

Ondertussen zijn we dikke vrienden geworden met Esther en Otilja. We drinken ‘s middags een borrel aan de zee en hebben het reuze gezellig. We liggen echt op een lijn. En zijn in die korte tijd ontzettend gesteld op elkaar geworden. Het afscheid valt dan ook zwaar. We beloven elkaar ergens ter wereld weer te ontmoeten. Waar, wanneer en hoe moet nog gaan blijken. Maar de afspraak staat!

Door ons hele verhaal te doen, merken we dat we emotioneel worden. Zo dicht bij het afscheid en een nieuwe start, aan het einde van het ene en begin van het andere avontuur, spookt er zoveel door je hoofd. Ook het terugkeren naar Nederland zal op sommige punten lastig worden. Niet dat we er geen zin in hebben, integendeel. We willen iedereen weer dolgraag zien, maar het zal ook vreemd zijn na twee jaar onderweg en uit de auto te hebben geleefd. De vrijheid en ruimte die we de laatste jaren hebben ervaren zal weer een beetje ingedamd worden. Er moet worden gezocht naar  een nieuwe standplek en banen. Maar we zien het vol vertrouwen tegemoet, mede omdat we weten dat er zoveel fantastische mensen op ons wachten in dat vertrouwde kikkerlandje.

Eindbestemming bereikt!

Even totaal iets anders. Een bezoek aan de wijn- en culinaire streek van Zuid-Afrika. Het hart ervan ligt in en rondom Stellenbosch en Franschhoek. Met name Franschhoek is een sfeervol plaatsje met vele restaurants, boutiques, gallery’s en wijnhuizen. We halen ons hart op. Lunchen heerlijk in ‘Le Petit Ferme’ en mogen daar door een goede aktie van Marjon voor half geld in een superluxe appartement. Jullie begrijpen dat wij het de laatste weken er een beetje van nemen. Vakantiegevoel voordat we weer ondergaan in het wereldse gewoel. We bezoeken een wijn- en een champagne huis voor een toertje en de proeverij.

40walvislooshermanusbay 38zonsopgangoverfranchhoek

Via het walvisloze Hermanus belandden we dan na  285 dagen en ruim 33.000 kilometer in Kaapstad. Voor ons doemt de Tafelberg op. De zon schijnt. De zee ligt er kalm bij. Mbali snort als altijd. En wij kijken elkaar aan. Mission Completed! Euforie en droevenis mengen zich. Met gemengde gevoelens gaan we onze laatste week Afrika in…

De nieuwe foto’s staan weer klaar >>>

6 August 2008
By on 13:48
Onbeschrijvelijk en Oneindig

De gang naar het noorden liep zoals gezegd via Outjo, een zeer gezellig klein stadje waar we neerstreken op een campsite iets buiten het centrum. We spelen er flink wat potjes rummikub (onze nieuwe verslaving) en internetten bij de bakker op de hoek. Een bakker waar je heerlijke broodjes, gebakjes, hartige hapjes en veel te slappe koffie kunt krijgen. Ernaast is een curioshop met mooie maskers en andere hebberigheden. We worden door de vrouw van de lokale mechanicien uitgenodigd voor de kermis op vrijdagavond. Een ‘schlapp-ohren’ (zo noemen de duitse namibiers de zuid-afrikaners) festival met country muziek en waarschijnlijk veel gezoep.
Maar we willen even genieten van wat rust voor we weer verder crossen. Dus dat feestje slaan we over.

03tammecheetanamibie 05wildecheetanamibie

We hebben iets gehoord over een cheeta-farm een eindje onder Kamanjab. Dat wordt onze eerste halte. De cheeta hebben we nog niet wild gezien en hier heb je een drietal tamme en zestien wilde cheeta’s. Het is Marjon haar lievelingsdier dus reden te meer om ze te bezoeken.
We komen vroeg in de middag aan en worden meteen uitgenodigd om een uurtje later de tamme en wat later de wilde cheeta’s te gaan bewonderen.
Naast ons staan twee Oosterijkers. Samen met hen spelen we met de tamme cheeta’s. Je kunt met ze in het gras zitten, ze aaien en kroelen. Eentje wordt een beetje verliefd op Marjon en likt voortdurend haar hand en arm. De liefde is wederzijds. Wat een fantastische belevenis om deze machtige en snelste beesten ter wereld van zo dichtbij mee te maken.
Ook de toer naar de wilde cheeta’s is een geweldige ervaring. Ze krijgen stukken ezel gevoerd en  dralen met z’n allen om de auto, waar wij met z’n vieren achter in de open bak staan. Best spannend dus.

Ons volgende reisdoel is de Epupa Falls. Het noordelijkste puntje van Namibie. Direkt tegen de grens met Angola. Dit is het gebied van de Himba’s. We kamperen tussenbeide nog een nachtje bij een fantastische lodge in Opuwo. Simon haalt er hout op de lokale markt en loopt alsof het de normaalste zaak van de wereld is tussen de halfnaakte Himba’s en Herero te onderhandelen over de prijs. Het blijft toch een bijzondere ervaring zo’n reis als dit.
De tocht naar de Epupa Falls is schitterend. Bergen, woestijngebied, dalen en droge rivierbeddingen waar je doorheen rijdt. En overal Himba’s langs de kant van de weg. We weten dat de Himba’s behoorlijk lastig zijn als het gaat om foto’s maken en we hebben ook een beetje raar gevoel bij het geheel. Misschien is het wel een commerciele kermis dit hele gebied, denken we. Maar dat blijkt allemaal reuze mee te vallen. De Himba is een ontzettend aardig en respectvol volk. Marjon maakt iedere keer duidelijk dat ze best wil fotograferen, maar dat er geen betaling in zit. Sommigen draaien zich dan af en dat is ok. Anderen twijfelen even en vinden het toch wel heel erg leuk om op de foto te gaan en vooral om het resultaat daarna meteen op de camera te kunnen bekijken.
De Himba zijn mooie en trotse mensen. De vrouwen smeren zich van top tot teen in met boter vermengt met een tot poeder vermalen rode steen. Ze dragen de meest fantastische sieraden en hebben gespierde lichamen. OK, de borsten hangen vaak op de knieen omdat ze op hun twintigste vaak al drie kinderen hebben die tot peutertijd aan de borst blijven, maar verder is het een en al krachtigheid.

11himbajongen 12himbameisje

In Epupa staan we met Mbali vlak naast de waterval. Midden in een groene oase in deze woestijnomgeving. We hebben de wagen naast een waterkraantje geparkeerd. Later blijkt dat dit het kraantje is waar alle lokalen hun flessen, jerrycans en kruiken met water komen vullen. De hele dag hebben we aanloop. We opperen nog een tax in te voeren voor het water, maar dat gaat ons toch te ver. Marjon maakt mooie foto’s en met een aantal maken we een praatje in hand- en voetentaal. De avonden zijn weer heerlijk warm en zeker met een fijn kampvuurtje erbij is het genieten. Dus blijven we drie dagen hangen.

26ditsieraadgekocht 29gewoonheelmooi

Vol goede moed vertrekken we richting het echte Kaokoland. We kiezen een route tussendoor. Deze zal waarschijnlijk wel wat lastiger zijn, maar het brengt je wel in het hart van de regio. Wat lastiger is een understatement. Dit is waarschijnlijk de moeilijkste rit die we in Afrika hebben gemaakt. Dikke vette stenen bepalen er het pad. Als je het een pad kunt noemen. We hobbelen meer dan we kunnen rijden. Marjon moet echt alle zeilen bij zetten om Mbali er veilig overheen te leiden. Ze doet het geweldig en Simon denkt alleen maar dat hij blij is dat hij niet achter het stuur zit. Soms lijkt het echt een onmogelijke opgaaf. De omgeving maakt echter veel goed. Het landschap is subliem. Bergen en dalen, oneindige vlaktes en onbeschrijflijk mooie heuvelruggen. Ertussen zie je springbokken, gemsbokken, struisvogels en zebra’s. Wuifend geel gras en bergketens als heerlijke wollen dekens. De natuur is superzacht, de wegen superhard. Een kombinatie die we maar al te goed hebben leren kennen. De mooiste plekken zijn nu eenmaal het moeilijkst te bereiken. De rotste wegen leiden tot de meest waanzinnige plekken. Het jammere is dat we na negen maanden dit soort type ‘wegen’ wel even zat zijn. Toch houden we het drie dagen vol. We hebben twee super bushcamps en zien in al die tijd slechts 1 andere auto voorbij komen. Gelukkig geen leeuwen. Achteraf hoorden we van twee gidsen dat dit gebied vol zit met leeuwen. Ze zeiden er zelf voor geen goud in het gele zachte grasland te willen overnachten. Want daarin zie je een leeuw niet aankomen. Dus voor ons een meevallertje.
Helaas heeft de stabilisatiestang van de schokbrekers het niet helemaal overleefd. Daar moeten we in Swakopmund wat aan laten doen. Dus piepen en kraken we iets meer dan normaal over de Namibische paden.

32mbaliverdwijntinkaokalandnamibie 35marjoninkaokaland

Over al veel betere dirtroads stuiven we naar beneden. Via Sesfontein, waar de eerste supermarkt is (al zijn de meeste schappen leeg), naar Palmwag en Twijfelfontein. De omgeving blijft vreselijk mooi. Veel rotsen, dikke ronde stenen, grasland, prachtige vergezichten. Maar dit keer ook veel verkeer, omdat dit toch veel toegankelijke gebieden zijn.
We maken nog een rondje om de Messum Krater. Doorkruizen een duister en boosaardig gebied. Dit is weer de echte woestijn. Ook groeit op deze plek de Welwitschia plant. De enige plek ter wereld waar deze voorkomt.
Op een gegeven moment zien we aan de horizon een rare schittering. De zee? Na twee maanden en bijna achtduizend kilometer zijn we aan de andere kant van Afrika belandt. Van oostkust naar westkust gereden. Het blijkt enorm mistig aan deze kant van het continent. En bar koud. De fleeces gaan nu ook overdag aan.
We rijden naar Swakopmund. Een lieflijke, duits-aandoende stad met ‘fachhauser’. Het ligt aan de zee en direct tegen een groot zandduinen gebied. Het waait er, maar de mist is opgetrokken. OVerdag dus een lekker zonnetje en ‘s avonds bibberkoud. Omdat we geen zin hebben te gaan zitten miezeren op een camping, nemen we intrek in The Alternative Space. Een mooi backpakers B&B aan de rand van het stadje. Overal kunst aan de muur en onze kamer heeft een giga open douche en zelfs een ligbad. We kunnen de keuken gebruiken en worden meteen maar lid van de lokale videotheek om een paar filmpjes te huren. Mbali krijgt waarschijnlijk de laatste servicebeurt van de trip en werken weblog, foto’s en e-mail bij. We gunnen ons een paar echte verwendagen voordat we aan de laatste trip beginnen door het zuiden van Nambie (Sossusvlei, Naukluftpark, Fish River Canyon) en dan door naar Cape Town. De eindhalte is in zicht.

En hier weer de fantastische foto’s van Marjon >>>

18 July 2008
By on 11:59
The Wild South of Africa

Goed nieuws: het aantal gespotte leeuwen is opgelopen tot 13! En tel daar nog maar een achttal neushoorns, zo’n kleine tweeduizend zebra’s en werkelijk talloze olifanten bij. En vergeet de hordes giraffes, wildebeast, impala’s, springbokken, twee uilen en andere schitterende dieren niet.

02wildebeastetoshanamibie 04etoshanamibie

Je snapt het al: we zijn in Ethosha Game Park geweest. De eerste nacht hebben we zo’n vijfentwintig kilometer buiten het park gekampeerd. En daar een Zuid-Afrikaans stel ontmoet. Te veel van zijn whiskey gedronken en de dus de volgende ochtend niet al te vroeg vertrokken voor onze safari. De verwachtingen waren hooggespannen. We wilden graag binnen het park de nacht doorbrengen op 1 van de drie campings, maar die blijken door hordes Zuid-Afrikaners in troepen van zes of meer wagens volledig te zijn volgeboekt. Gelukkig zagen we vlak voor de gate een bordje van een camping aan de rand van Etosha. Dus we hadden een achter-de-handje.

Nog maar net binnen werden we al getrakteerd op vele vele beesten. Met ons wilde-dieren-boekje in de hand kruisten we ze een voor een af. Gezien! Check! Next! De zebra’s liepen af en aan. Hordes olifanten drinkend aan een waterhole. Een eenzame olifant speciaal voor ons op een afgelegen lunchplekje. Gelukkig hadden we net een plasstop gemaakt, want dan stap je toch niet zo snel uit…
Het was echt een feest. Schitterende vergezichten over een inmense zoutpan, trillende horizon, wispelturige acacia’s, bosjes waar waarschijnlijk leeuwen in verborgen zaten. We genieten!
Aan het eind van de dag (in vier dagen hebben we zo’n 650 kilometer afgelegd in het park) zien we een kudde olifanten aan het water, met kleintjes en al. En, driehonderd meter voor de uitgang schrikt Simon opeens op uit een mijmerend moment. Een grote neushoorn vlak langs de kant van de weg. De neushoorn schrikt minstens zo erg. Maakt een wilde sprong en zet het op een lopen. Helaas heeft Marjon hem (nu nog niet) gezien.

07zeebraetoshanamibie 12hartebeastetoshanamibie

Bij de campsite aangekomen blijkt het een behoorlijk nieuwe luxe lodge te zijn. We besluiten het er lekker van te nemen en die avond uit eten te gaan. Op de kampeerplek vinden we een eigen douche en toilet, een braai met hout, elektra en overal warm water. Walhalla, denken we. Hier willen we wel een dagje blijven. Helaas zijn ze voor de volgende dagen helemaal volgeboekt (ja, zuid-afrikaners), dus moeten we het doen met een heerlijke avond. Lekker eten, mooi wijntje erbij, napraten aan een vuurtje. Niks kramperen dus… Met een stel oost-duitsers kletsen we over hun vakantie en onze reis. We vertellen dat Marjon altijd de auto bestuurd. Dat vinden ze wel bijzonder. Of dat geen problemen oplevert, willen ze weten. Nou, het valt mee. Maar soms wel rare situaties. Zoals aan de grens met Namibie waar Marjon de formaliteiten voor haar rekening neemt. Bij het afstempelen van het carnet vraagt de beambte "Where is the driver?" Waarop Marjon zegt dat zij dat is. No no, where is the driver? Een vrouw achter het stuur is nog steeds geen gewone zaak hier.

Omdat we toch een nachtje in het park willen blijven, beslissen we de tweede dag wederom niet te vroeg te starten en het erop te wagen naar het middelste kamp te rijden. Als we rond vijf uur daar zullen aankomen, kunnen ze ons (denken we) echt niet weigeren. De uitgang is dan te ver en ons de bush insturen zullen ze toch niet doen (???).
Het wordt weer een dag vol dieren en mooie natuur. Mbali zoeft over de geeffende witte zandpaden en wij kijken onze ogen vuurrood. Verrekijker en camera op schoot en een grijns op de mond. Vandaag ziet ook Marjon de neushoorn.

15linkeloetjeetoshanamibie

Vlak voor we naar de camping rijden hebben we nog een andere bijzondere ontmoeting. We rijden naar een waterhole en zien daar een aantal auto’s staan. Dat betekent vaak dat er iets bijzonders is. We tellen een stuk of dertien olifanten aan de waterkant. 13? Ongeluk? Toch maar er op af. En daar staan we op een paar meter afstand. De zon staat laag en het licht straalt schitterend over de dikhuiden. Als ze uitgedronken zijn, gaat er eentje, waarvan wij al denken dat het een linke loetje is, de weg vrijbanen voor de rest. En ja hoor, hij loopt recht op ons af. Met donkere, dreigende ogen. We beginnen elkaar een beetje raar aan te kijken. Wat gaat ie doen? Nog een paar stappen. Wat klapperen met de oren en stampen met de voeten. Nu beginnen we hem toch wel een beetje te knijpen. Dat beest verpletterd je wagen zo als ie wil. Op een meter voor de auto draait ie gelukkig wat bij. Onze harten zitten inmiddels in de keel. Hij loopt een eindje verder maar stopt dan. Neemt ie een aanloopje?, denken we angstig…
Gelukkig loopt het allemaal goed af. De hele horde, waaronder een enorme joekel met werkelijk waar vijf benen (of was dat iets anders) loopt tussen de auto’s door het bos in. En ‘loetje’ volgt ze na een tijdje. Pfff… Wild kijken is leuk, maar kan ook behoorlijk stressend zijn, leren we vandaag.

03zoutpanetoshanamibie 24struisvogeldansetoshanamibie

Op de camping hebben we meer geluk. We kunnen er blijven. We nemen ons plekje in en spoeden ons naar de waterhole. Daar zit iedereen naar de rimpels van het water te kijken. Geen beest in de buurt. Dus eerst maar wat eten en daarna terug met een flesje wijn. Marjon krijgt telefoon en gaat even buitenaf staan kletsen met Marije. Simon blijft zitten en ziet zowaar de derde neushoorn. Hij sprint nog naar Marjon, maar als die even later komt, is neusie al weer verdwenen.
Met de kou in de botten duiken we de daktent in. Het kan hier namelijk behoorlijk frisjes worden. Een graadje of zes in de nacht vinden we al luxe. Dus veel vuurtjes stoken, dik in de fleeces en vroeg naar bed.

Dag drie. Tja, weer veel beesten, dat wordt voor jullie natuurlijk een beetje saai. Het hoogtepunt van de dag was een mooie leeuwin. De plek een beetje raar. Ze zat onder een zonnepaneel. Werkelijk waar. Het paneel zorgt voor energie voor een waterpomp in het droge seizoen. En de leeuwin vondt het wel een lekker schaduwplekje. Erom heen wat impala’s, zebra’s en kudu’s die zich verstandig genoeg niet te dicht in de buurt waagden. Jammer voor ons en de leeuwin, gelukkig voor hun.

25roofvogelsetoshanamibie 22bijwaterholeetoshanamibie

Een zelfde poging bij de derde camping loopt op niets uit. We worden heengezonden met de boodschap dat het vol zit. Het heugelijke feit dat dit onze trouwdag is wordt vriendelijk terzijde geschoven. Vol is vol. Dus rijden we het park uit en gaan naar een camping waar Marjon ‘s ochtends al mee gebeld had om te vragen of er plek was. Als we er aankomen blijkt 99 procent van de campsite al vol met (jaja) zuid-afrikaners. Die nemen zoveel plek in, da’s niet normaal. Met dikke wagens, bakkies erachter, tenten, braais, de hele rimram eigenen ze zich het gebied toe. Marjon is niet blij. Dus gaan we naar de receptie en vragen hun ons een plekje aan te wijzen. Ze spreekt even met de eigenaar en als ze laat vallen dat het onze trouwdag is, keert hij zich om en komt terug met een sleutel. We krijgen een huisje aangeboden. Is dat niet waanzinnig lief?
De veranda wordt omgebouwd tot mobiele keuken en we drinken een fles Champagne. Zoals gezegd is in Namibie alles weer te krijgen… Kaasje, toastje, risotto en een warme douche. Verwennerietus!

We twijfelen even of we nog een dag het park in moeten gaan. En nadat we de foto’s van de vorige dagen hebben bekeken, besluiten we het er nogmaals op te wagen. Wellicht is er zelfs een plekje op de camping in het park. Om vijf uur staan we naast ons bedje. Drinken een bakkie en stappen Mbali in. Vlak na opening staan we bij de gate. We toeren een rondje en gaan vroeg langs de campsite om te informeren. Na een uurtje zijn de dames van receptie eruit. Er is nog wel een spot over. Blij dit te horen, gaan we voor de vierde dag het park in. En genieten weer van al het moois.
In de middag rijden we terug naar de camping waar een mooie waterhole bij ligt. Hier zijn volgens de verhalen vaak neushoorns te zien. En dat is waar. ‘s Avonds staan we op drie meter afstand van de black rhino, een van de gevaarlijkste beesten uit het wild. En er lopen er nog vier rond. Jammie! Als toetje komt er een club van negenentwintig olifanten. Van reusachtig groot tot piepklein naar de waterbron. We glunderen van geluk en zijn blij dat we nog een dagje zijn gegaan.

27mbalietoshanambie 29blackrhinoetoshanamibie

‘s Ochtends moeten we wederom om vijf uur op, want onze ticket loopt maar tot kwart voor zeven. Als we over een asfaltweg naar de uitgang rijden, zegt Simon tegen Marjon dat ze best wat harder kan gaan dan de maximale zestig die je hier mag. Marjon vindt dat niet zowat. Je weet nooit wat je voor de wagen kunt krijgen. Dus toeren we met zestig verder. Niet veel later zegt Marjon opeens: wat loopt daar nu? Het zijn twee leeuwen. Ze steken zomaar zonder op of om te kijken voor ons de weg over. Verdwijnen in de bush en zijn niet meer terug te vinden. Wauw! Maar da’s nog niet het laatste, twee kilometer verder ziet Marjon weer iets in het gras. Daar liggen nog twee leeuwen! Een majesteuze kerel. King of the rimboe. Etosha eindigt zoals het telkens is geweest: geweldig, voortreffelijk en zeer bijzonder!

30de13deleeuwetoshanamibie 20zonsopgangetoshanamibie

Nu staan we in Outjo, een leuk plaatsje 90 kilometer ten zuiden van Etosha. Tijd voor een dagje rust. Nou ja, wassen, deuren smeren, water vullen, dekbed verdubbelen, mailtjes schrijven, foto’s sorteren, verhalen schrijven en een overheerlijke stamppot zuurkool maken. Met echte verse worst. Het is winter hier, dus dat kan. Gisteren was er nog een Duitse vrouw die ons zag zitten met mutsen op en dikke jassen aan. Ze vroeg: Wie war die schifahrt? Zo zaten we erbij te kleumen. Dat is dus ook Afrika.

En nu richting het noorden. Naar de Himba’s. Je ziet ze hier ook al langs de weg. Hun haren en huid besmeurt met rode modder. Ze wassen zich nooit. Dat schijnt niet te mogen. Maar besmeuren zich iedere dag weer met verse (dat dan weer wel) modder. We zijn benieuwd of het echt iets moois wordt of dat de commercie er al zo hard heeft toegeslagen dat het eigenlijk een beetje beschamend is. We’ll see.
Maar eerst wacht ons voor de tweede keer de ‘red line’, een groot hek dwars door Namibie van west naar oost. Een soort Berlijnse muur dus. Boven de lijn vind je nog het authentieke Afrika. Dorpjes, geiten en koeien op de weg, veel mensen langs de baan. Eronder heerst de luxe en de geregeldheid. Alles afgerasterd met hekken. En veel witte gezichten. Vlees mag niet heen en weer worden vervoerd in verband met mond- en klauwzeer. Dus hebben we voor het moment even geen koelkast, waarin geen lekkere worsten, spek en gehakt zit. Op naar het Noorden…

Maar eerst is het tijd voor vele dierenplaatjes. Geniet er maar van >>>

5 July 2008
By on 09:03
Derde wereld?

Na de Vic Falls rijden we richting het uiterste noord-oosten van Namibie. Hier loopt een strook land tussen Angola en Botswana dat de Caprivi heet. Een gebied van Namibie dat nog niet zoveel door toeristen wordt bezocht omdat er in het verleden nogal wat oorlogsdreiging was door de burgeroorlog in Angola. Op het moment is het er volledig veilig en wordt er een drietal natuurparken opgebouwd.

Na de formaliteiten aan beide zijden van de grens rijden we het plaatsje Katima Mulilo in. En we zijn verbaasd… overal grote shopping malls met uitpuilende supermarkten, netjes opgezette marktjes, geteerde en bewegwijzerde straten. Een groot contrast met wat we tot nog toe in Afrika hebben gezien. Natuurlijk is het nog steeds Afrika, maar allang geen derde wereld meer. 

We kampeerden een nachtje aan de Okavanga en rijden de volgende dag via een super mooie dirtroad naar het westen. De bomen en struiken aan de linkerkant van de weg zijn totaal wit uitgeslagen door het vele stof dat de passerende auto’s maken. Een bizar gezicht. Een kant van de weg wit, de andere groen en bruin.

04namibiesesneeuw 09kraalhuisnamibie

Hier lopen en staan langs de weg nog wel veel mensen, kleine kraaldorpjes met huisjes opgebouwd uit modder en hout. Afrika zoals wij het kennen.

Bij eerste park dat we willen bezoeken stuiten we op een rivier. De lokalen vertellen ons hoe we er door kunnen komen, maar omdat we nogal zwaar zijn, wagen we het er maar niet op. We rijden verder en duiken het tweede park in dat beter begaanbaar is. We melden ons bij de rangerspost en tuffen een eindje door het park. Meer dan een paar hippo’s, zebra’s en wat impala’s en mongoose zien we niet, maar de omgeving is erg mooi en lijkt op de Okavanga Delta in Botswana.
De camping is eigenlijk geen camping, maar een open plek aan het water. We staan er helemaal alleen. Als we onze tafel uitklappen en willen gaan koken, komen er door de bomen een tigtal bavianen aangeslingerd. Met veel gekrijs en geschreeuw racen ze van tak naar tak, vlak voor onze neus en boven onze hoofden. Aan het begin van onze reis werden we in Senegal voor het eerst getrakteerd op zo’n apenstaaltje. Toen stonden we aan de grond genageld en keken toe. Nu wordt de Coleman brander opgestookt, de kool gesneden, de tomaten gepeld en het potje gekookt. Alsof er niets aan de hand is. Dingen veranderen dus wel onderweg.

02bewareofthese 05eindelijkweerbushcampnamibie

Die nacht is vol geluiden van brullende hippo’s (en die maken behoooorlijk veel lawaai), apen en vogels. Eindelijk weer eens het echte bushcampgevoel.

De volgende dag rijden we door het park terug naar de hoofdweg. Een strakke teerstraat van zo’n zevenhonderd kilometer ligt voor ons op weg naar Grootfontein. We doen het in twee dagen en stoppen voor de nacht in Rundu, waar we het Nederlands elftal zien verliezen van Rusland.

01namibies_droppie 11gewoonmooiaanokavanga

In Grootfontein parkeren we Mbali bij Die Kraal. Een door de Duitse Bruno en zijn vrouw gerunde camping en Steakhouse. We genieten er twee keer van een heerlijke wildsteak: zebra, eland en alle andere wildsoorten worden er geserveerd. Jammie jammie. En dan de supermarkten: blauwe kaas, room, heerlijke worsten, ja zelfs een fles champie omdat we over een paar dagen twee jaar getrouwd zijn. We komen met een volle kar naar buiten. En buiten hoor je Engels, Duits en Afrikaans (Nederlands) om je heen. Zie je vele vele witte snuiten. Het percentage blanken hier in de steden ligt erg hoog. De stadjes doen ook erg europees en amerikaans aan. Heel anders dan de acht maanden hiervoor. Soms schudden we meewarig ons hoofd om deze tegenstellingen, maar aan de andere kant genieten we ook ontzettend van de luxe.

Mbali wordt nog een keer nagekeken, de wielen op speling gecontroleerd en bijgesteld. Alles is weer op en top voor het laatste deel van onze reis. Dat laatste gedeelte zal ons via Etosha Game Park en de Himba’s in het noord-westen naar beneden door de Namibian Dessert richting Zuid-Afrika leiden. Eindstemming Cape Town. Nog een paar weken en dan is het zover. Dan stappen we voor de tweede keer in het vliegtuig en zetten Mbali voor de tweede keer in de container om terug te gaan naar Nederland. Dus voor de tweede keer in twee jaar zeggen we: we komen eraan!

Maar natuurlijk eerst nog veel verhalen en foto’s >>>

28 June 2008
By on 10:36
In het wild

Nadat we Trudi en Jan gedag hadden gezegd en Nkhoma achter ons gelaten, was het tijd voor nog een pitstop in Lilongwe. Boodschappen doen, Mbali vol diesel gooien en de voorraad groente en fruit aanvullen op de lokale markt.
De volgende dag reden reden we richting de grens. Het was weer een makkie. De Malawineze zijde ging vlotjes. Alles netjes bijelkaar in 1 gebouwtje. Geen gezoek of gevraag, maar afstempelen en wegwezen. Zelfs de geldwisselaartjes waren ons welgezind. Ze gaven een betere koers dan we via de bank zouden krijgen. Dus maar de nodige dollars gewisseld voor een miljoen Zambiaanse kwatcha. Met de zakken vol verfrommelde briefjes liepen we het douanegebouw van Zambia binnen. Natuurlijk moesten we zoals altijd weer dikke boeken invullen met onze persoonlijke details en alles over de auto. Maar ook wilden ze een dikke bundels kwatcha’s voor carbon tax en vergeet de verzekering niet. Met al lang niet meer zo uitpuilende zakken liepen we het gebouw weer uit.
Maar de mensen in Zambia lijken al net zo aardig als in Malawi, dus daarmee zit het wel goed.

De Zambiaanse wegen waren wat minder. Veel potholes. Dus vaak hard op de rem en slingerend van links naar rechts over de baan. Onze eerste halte heet Chipata. Een stadje vanwaaruit je de piste kunt nemen naar South Luangwa, het eerste wildpark dat we echt gaan bezoeken. We hadden via veel andere overlanders al gehoord dat dit een paradijsje moest zijn op het gebied van wild.

02uitzichtcrocvalleycamp 03campcrocvalleyzambia

We sliepen een nachtje bij Mama Rula’s Camping Site. Al om een uurtje of drie in de middag stelden we de tafel op om de avondmaaltijd voor te bereiden. Het is hier om zes uur ‘s avonds donker en de nachten zijn behoorlijk koud. Dat is de reden dat we vroeg eten en ook vroeg het mandje in gaan. Als we zien dat de klok acht uur heeft geslagen roepen we allebei in koor: ‘Oei, we hadden er allang in moeten liggen. Dat wordt een latertje vanavond!’ De keerzijde is dat je ook heeeel vroeg opstaat. Vaak staan we om een uurtje of zes, als het licht wordt, alweer buiten om een ontbijtje in elkaar te zetten. De biologische klok tikt hier dus wel een beetje anders.
De campsite was ok, maar helaas weer eens geen warm water voor een douche in de morgen. En normaal is dat niet zo erg, maar zoals gezegd is het hier behoorlijk frisjes. Dus bibberend worden de billen en oksels gewassen.

De piste naar het park begon goed. De eerste zestig kilometer was gladjes, wat wasbord, maar niets ergs. Daarna werd het minder. Flink hobbelen en bonken. We merken allebei dat we hier steeds minder tegen kunnen. Het is erg vermoeiend. Zowel voor de chauffeur als de bijrijder. Maar alla, het is voor het goede doel. Tegen de middag kwamen we aan in Mufwe. We bekeken een aantal campsites en besloten bij Croc Valley te gaan staan. Het was de rustigste en mooiste plek die we konden vinden. Je staat daar aan de rivier ‘de Luangwa’ en kijkt naar de hippo’s en krokodillen die in de rivier en op de zandbanken liggen. Zo ook Goliath, een krokkie van zo’n vijf meter lang met al een paar vissertjes in zijn maag. Mmm, niet zo’n heel erg lekker idee dat ie voor onze neus ligt. Volgens de eigenaar was er echter niets aan de hand. Krokkie zou daar lekker blijven en kwam niet aan wal. Wie wel aan wal komen zijn de hippo’s en de olifanten. De eerste nacht hadden we dan ook meteen bezoek van een olifantenfamilie. Echte joekels die de bomen rondom Mbali aan het kaalvreten waren. Dus daar lig je dan in je bedje, met op een paar meter afstand die joekels van beesten. Spannend, geweldig en adembenemend! Eentje van hen torende zowat boven het toiletgebouw uit. Dan kun je wel nagaan wat voor kanjer dat is.

17modderbadindeschoonheidsallon

We besloten het rustig aan te doen en de volgende dag niet zelf meteen het park in te crossen, maar zoals het echte toeristen betaamd een tourtje te nemen. Een night-drive in dit geval. Dat betekent dat je om vier uur ‘s middags het park in gaat tot een uurtje of acht ‘s avonds. Twee uur in het licht en twee uur in het donker. Met je eigen auto is dat niet toegestaan dus moet je met een open Toyota en driver en spotter erin.
Onze driver, Martin, was een ervaren gids. Al dertien jaar reed hij in de Zambiaanse parken rond. Hij kon vreselijk veel vertellen over de beesten, vogels en wat niet al. En wij maar roepen dat we leeuwen wilden zien… en luipaarden als het kon.
Op een gegeven moment stonden we aan de oever van de rivier stil om te gaan genieten van de zonsondergang met een biertje, toen de spotter iets tegen Martin zei. Daar lag ie. Papa Leeuw. Lekker onderuit in het gras. Z’n wilde manen netjes in de krul en volledig tevreden met zijn leventje. Wooooow! Wat is dat gaaf. Daar sta je dan op een metertje of tien van een heuse leeuw.

07nietmetdemondvolpraten 10dooieleeuwoftochniet

Martin vond dat we het nog niet goed genoeg konden zien en reed een klein ommetje waardoor we vlak onder mr. Lion kwamen te staan. In een open wagen dus. Als ie een sprongetje zou maken, zou hij zo op schoot zitten. Lui als leeuwen zijn gebeurde dat niet. Maar na een minuutje of tien maakte ie aanstalten op te staan. We reden terug naar een iets veiliger plekje en zagen de gigant omhoog komen. Hij rekte zijn rug, kraakte zijn nek en brulde… brulde… en brulde nog een keer. INDRUKWEKKEND!
Ondertussen kwamen er nog een paar auto’s bij. Jammer, maar je bent nu eenmaal niet de enige die een leeuw wil zien. Dus reden wij verder om nog geen honderd meter verder op een vrouwtje te stuiten. Ook zij lag lekker in het gras. Kwam overeind en liep vlak langs de auto het veld in.
Al met al hebben we die avond, naast hordes buffalo’s, olifanten, roofvogels, schitterende fish eagles, love birds, hippo’s, een hyena, zebra’s en talloze soorten hertjes en ander gewei dragende beesten, nog 6 leeuwen mogen aanschouwen. Simon is blij! Helaas nog geen luipaard, maar wat de hell. Dat komt nog well.

De volgende ochtend zijn we om zes uur weer bij de gate om met Mbali het park weer in te rijden. De avond tevoren hadden we waypoints gemaakt op de gps van de leeuwenspots. Maar helaas, ze waren allemaal allang weer vertrokken en in geen velden of wegen te bekennen. Natuurlijk weer heel veel ander wild gezien. Olifanten spelend in het water, zichzelf met modder onderspuitend. Indrukwekkende kuddes impala’s, puku’s en ander gespuis. En toen Simon uit de auto stapte om een track te bekijken waar nogal wat mul zand lag, zag hij verse leeuwensporen in het zand. Vlug maar weer de auto in, da’s toch wat veiliger. Het mooie van dit park was wel dat je overal gewoon de auto uit kon om wat rond te loeren en wat dichter bij de olifanten of giraffes te komen voor een mooi plaatje.
‘s Nachts kregen we, alsof het nog niet genoeg was, bezoek van een hippo. Hij graasde naast ons bedje er lustig op los. Jammie voor hem en jammie voor ons.

Totaal verzadigd reden we de dag daarop verder, met wat klein wild (een ordinair katertje) in ons hoofd. De avond ervoor hebben we ons vermaakt met een heerlijk wijntje en het draaien van muziek op de Ipod. Om de beurt een nummer uitkiezen. Lekker genieten van de flamenco, blues, smartlappen en heftige disco. Heerlijk dansen naast Mbali en wegzwijmelen bij slow songs.
Die dag leidde de weg ons naar Luangwa Bridge waar we op de campsite van een Eindhovenaar en Engelse een heerlijke avond hadden met twee Zuid-Afrikaners. Ze gaven ons veel tips en het adres van hun (schoon)zus in Cape Town. Daar kunnen we volgens hen altijd terecht als we in de buurt zijn. Typisch Zuid-Afrikaans: gastvrij tot in het extreme.

Als we de volgende ochtend richting Lusaka rijden stuiten we op een nogal vreemde politiepost. Tze tze control. Een man met een vlindernetje in zijn hand, een soort meester Prikkebeen, houdt ons staande. Tze tze control, zegt ie. Die vliegen met je auto mee, zegt ie. Dus loopt ie een rondje om de wagen met zijn netje, klopt een keer op de zandplaten en lacht dat alles ok is. Wij kijken elkaar verbaasd aan. This is Africa. Het continent waar je soms niet weet of je droomt of wakker bent.

En nu zitten we in Lusaka. De hoofdstad waar alles maar dan ook echt alles te krijgen is. Als je er maar voor wil betalen. We denken niet dat we eerder in Afrika zo’n luxe stad hebben gezien met uitgebreide shopping malls, italiaanse restaurants, luxe bioscopen, bowlingbanen en noem maar op. Jammergenoeg laat ons budget het niet meer toe op alles in te gaan, dus verlaten we de stad na het inslaan van alleen de nodige luxe artikelen. Op naar Livingstone en de wonderbaarlijke Victoria Falls.

Onder de douche

In twee etappes rijden we naar Livingstone. We overnachten een nachtje in Monze bij Moorings Camp. Een Nederlandse en Engelsman (maar geboren in Zambia) hebben daar een camping, een opvangcentrum voor aids-weduwen, die op hun beurt weer zorgen voor aids-wezen. Een project om de vrouwen maar meer financiele zelfstandigheid te geven en een medisch project want de Nederlandse is arts.
Het is dus een razend goed initiatief, des te schokkerender was het te horen dat de Engelsman afgelopen januari is doodgeschoten bij een overval. De overvallers vonden dat ie niet genoeg geld kon afgeven, hij gaf aan dat ze zijn auto mochten meenemen en alles uit het huis. Maar het was niet afdoende en dus schoten ze hem ‘gewoon maar’ dood. Twee kogels in zijn hoofd. Pfff… wat verbleken alle andere kleine probleempjes daar dan weer bij.

Hier bij Moorings heeft Marjon haar eerste directe ontmoeting met een glibberende slang. Het beest spoede zich over het grasveld met een kat achter zich aan. De bewaker pakte meteen een stok en gaf de slang vakkundig een tik op de kop. Einde oefening. De slang beweegt nog wel wat uurtjes daarna als gevolg van spiertrekkingen. Marjon was er dus nog steeds niet zeker van dat ie echt dood was.

Dan eindelijk aangekomen via een belabberde laatste tachtig kilometer potholes met wat asfalt er tussen in Livingstone. Home to the Big Vic Falls. We blijven een dagje op de camping staan om wat te wassen, lekker te koken & eten en voetbal te kijken (NL-ROE). Het is die dag ook behoorlijk bewolkt dus trekt het niet om naar de watervallen te gaan.
De volgende ochtend is het stralend weer. Een strakblauwe lucht en een aangename vijfentwintig graden. We ontbijten heerlijk en pakken Mbali in.

23eenvanderegenbogenbijvicfalls 24eersteblikopdevicfalls

De route naar de watervallen begint al spectaculair met zicht op de flanken van de rivier Zambezi. Het kolkende water en een fantastische regenboog boven de vallen. Als we eenmaal binnen zijn in het park waar de Vic Falls liggen, nemen we rustig de tijd om alles uit diverse hoeken te bekijken. En het is meer dan indrukwekkend. Een waanzinnig waterspektakel. Op bepaalde plekken ben je binnen de minuut tot op de draad nat. Het zonnetje schijnt, maar het komt met bakken naar beneden en van opzij. De kolkende watermassa spat keihard en tot ruim boven de waterspiegel weer omhoog. Wordt door de wind weggeblazen en zorgt dat alles mistig is en de bomen glanzend diepgroen kleuren. Op de loopbrug bij de vallen hebben we voor het eerst van ons leven een ontmoeting met een totale regenboogcirkel. Verwonderd aanschouwen we het.
We lopen er een kleine drie uur rond en zijn geen seconde verveeld. De ene aanblik van de watermassa is nog spectaculairder dan de andere. Het is een feestje bij de vallen. Wat zijn we blij dat we dit hebben mogen zien.

Ga voor de foto’s weer naar Flickr >>>

19 June 2008
By on 08:29
Camping ‘Huize Zikomo’

Na ons Old-Farm-House-avontuur trokken we door de bergen richting Malawi. Nog een pitstop voor de grens waar we voor het eerst in Afrika beroofd zijn. Niks ernstigs, hoor. Welgeteld: twee vorken en een lepel. En daarvoor in ruil hebben we van de campingeigenaar een cd met Tanzaniaanse muziek gekregen. Fair Trade heet dat!

De grens Tanzania-Malawi was een makkie. In krap drie kwartier en geen Kwatcha (de Malawiaanse munteenheid) armer stonden we op Malawineze bodem. De mensen zijn hier vreselijk aardig. Ze noemen het niet voor niets het ‘warme hart van Afrika’. Daar zijn ze trots op en doen erg hun best die belofte na te komen.

02simonmetnieuwvriendje 06mbaliaanlakemalawi

We kamperen twee keer aan Lake Malawi, een vijfhonderd kilometer lang meer dat Malawi bijna van top tot teen bestrijkt. Op een van de plekken raken we in gesprek met de eigenaresse, Maggie. Zij is Malawiaanse van geboorte en op haar zeventiende getrouwd met een twintig jaar oudere Engelsman. Ze had gezegd dat ze twintig was, een leugentje om bestwil… Ze heeft veel verteld over haar familierelaties en de wijze van leven. Bijvoorbeeld over de compound waar haar moeder leeft. Hoe iedereen samen eet op een open ruimte binnen de compound. De vrouwen bij elkaar, de mannen apart en de kinderen tot veertien in een clubje. Haar moeder vindt het dus vreselijk om bij haar dochter aan een tafel te moeten zitten en een eigen bordje voorgeschoteld te krijgen. Dat kun je niet delen.
Over haar grootmoeder uit hetzelfde dorp die naar de stad ging om behandeld te worden in een hospitaal. Alle ouderen in het dorp hebben een inzameling gehouden om voldoende geld bijeen te sprokkelen om haar met z’n allen te bezoeken. Waar maak je dat soort dingen nog mee? De mensen zorgen van geboorte tot het graf voor elkaar. Geen ‘Huize Rust Roest’ of ‘Avondzon’.

Vanaf de kust rijden we via een vijftigbochtige weg naarboven naar Livingstonia, waar een van de eerste missieposten in Afrika staat. Livingstone is er zelf nooit geweest, maar alles is als eerbetoon aan zijn gedachtengoed gedaan. We staan met Mbali op Lukwe Ecocamp. Een schitterende plek op de rand van het gebergte met fantastische uitzichtpunten op de vallei en het meer. Twee grote watervallen kun je bezoeken via een door planten en bomen overwoekerd weggetje. En ‘s avonds staat er verse kip op het menu (liep die hier vanochtend niet nog rond te scharrelen?). De nachten zijn helder en de hemel bezaaid met sterren. Maar dat betekent ook dat het koud is. Dus het dekbedje wordt tot de neuzen opgetrokken.

03nogzoeenskattie

Vanuit daar gaan we door naar Lilongwe, de hoofdstad. Even wat zaakjes regelen op internet, wat luxere inkopen doen bij de Shoprite. Mbali een klein servicebeurtje geven. En bellen met Jan en Trudi, de oom en tante van Leonore (beter bekend als Leo). Zij wonen en werken in het kleine plaatsje Nkhoma ten zuiden van Lilongwe. Ze werken in het hospitaal als vrijwilligers en wonen in ‘Huize Zikomo’. Jan begeleidt de verbouw van de afdelingen van het ziekenhuis. En dat is hard nodig. Het wordt schitterend! Wat doen die twee hier goed werk. Tante Tilly doet creatief met de patienten en maakt mooie borduurwerken op tassen die hier of in Nederland verkocht worden.

09tantetrudimethaarproject 13marjoninhetziekenhuismalawi

We kamperen in de achtertuin van hun mooie huis. En wat hebben we het naar onze zin. De dagen en avonden zijn reuze gezellig. We kletsen, lachen, wisselen verhalen en ervaringen uit. Eten een heerlijke grote ouderwetse aardappelsalade. Worden volgestopt met gebak en cakes. Trudi is namelijk jarig de dinsdag dat we arriveren.

Donderdag rijden we op en neer naar Lilongwe om Marjon haar ‘stoel’ en bloed te laten controleren. Ze heeft nu al bijna twee maanden last van haar maag en darmen. En de eerste antibioticakuur heeft niet geholpen. Alles wordt onder de loep genomen. De arts zegt dat haar bloed, lever, suikerspiegel en ga zo maar door allemaal prima in orde is. Geen tyfus, geen malaria, geen rare dingen. Ze heeft een bacteriele infectie in haar darmen. Dus nog maar een kuurtje er tegenaan. Hopen dat het over een weekje weer beter gaat.

18winterinmalawi

Vrijdag zouden we vertrekken, maar in overleg met de campingeigenaren Jan en Trudi hebben we besloten nog een dagje extra te blijven. Arjen is net vertrokken naar de verjaardag van zijn tante, dus er is nog wel een plekje voor ons.

En weer ladingen nieuwe foto’s >>>

6 June 2008
By on 13:00
On the road again

Tja, waar te beginnen…
Swahili, een prachtige taal met veel klinkers, dus moeilijk. En nog moeilijker is het om met de medewerkers van de Old Farm House, die niets anders dan Swahili spreken, te communiceren. Onmogelijk eigenlijk, want je hebt de taal niet zomaar onder de knie. Hoe goed je je best ook doet. En dan is er de manier van denken van de lokale bevolking die bijna niet te doorgronden is. Alles gebeurt op het moment, zonder na te denken wat de gevolgen zijn. ‘Leo = leo, kesho = kesho’, vandaag is vandaag en morgen is morgen. Je voelt het al aankomen…

Zondag 18 mei arriveren we vol goede moed bij onze nieuwe job. De volgende dag zitten we samen met Nicky aan tafel om het takenpakket door te nemen. Simon wordt gevraagd de bar en drankuitgifte in de gaten te houden en Marjon moet de voorraadkamer beheren en de maaltijden begeleiden. Het is namelijk zo dat alles, en dan ook echt alles, van suiker, meel, bakolie tot aan de kerosine voor de olielampjes, houtskool, ieder theezakje, melkpoeder, elke tissue en andere dry goods achter slot en grendel staat. Elke uitgifte moet genoteerd worden, tot op de gram. Sleutel op zak, deur weer openen: een kilo uien, een schepje suiker, 4 kilo semba (maismeel) voor de Masai die hier ‘s avonds het terrein bewaken en de gasten naar hun verblijven brengen. Dit laatste voor het geval je een ontmoeting met een puff adder of spitting cobra hebt. Oh, een kopje thee voor een van de gasten: voorraad -/- 1 theezakje. 100 ml bakolie voor de kok: meteen opschrijven!… Een onwerkbare en tijdrovende situatie.
Op een middag tellen we met z’n drieen de voorraad. Er klopt weinig van. Uitgiftes zijn soms genoteerd als binnenkomende voorraad of andersom, 49-3=36, en zo klopt er snel niets meer van de cijfers. Dat wordt alvast een stevige dobber.

Woensdag wordt het grote mud-restaurant heropend. Het ziet er adembenemend uit. De eerste avond zijn er zo’n vijfentwintig gasten. Een traditionele maaltijd van ugali (maismeel gekookt in water), gekruide gehaktballetjes in tomatensaus, bonen en spinazie. Er wordt gedemonstreerd hoe je dit met alleen je rechterhand eet. De lampen en kaarsen branden. Grote potten zijn gevuld met houtskool en zorgen voor de warmte. Alle gasten genieten volop. Maar achter de schermen is dat wel heel anders. Wij staan er een beetje verloren bij. De kok, Geoffrey, werkt al vele jaren voor Nicky, evenals David, haar rechterhand. Die weten precies wat te doen. Maar als we de bediening willen aansturen, begrijpt die ons niet. Als we iets anders willen hebben dan ze gewend zijn, willen ze dat niet van ons aannemen. We proberen het met handen en voeten. Swahili boekje erbij. En ondertussen lachen ze je eigenlijk uit waar je bijstaat. Dit zal meerendeel ook een vorm van verlegenheid of onwennigheid zijn. Dat maken we wel meer mee in het Afrikaanse. Toch voelt het voor ons erg ongemakkelijk. Wat ons rest is de gasten vermaken en dat gaat ons prima af.

Nicky heeft wegens persoonlijke omstandigheden sinds enige tijd een stapje terug moeten doen. Daarom heeft ze enkele maanden geleden ook het mud-restaurant gesloten. Het gevolg hiervan is echter dat de structuur en controle achteruit holde. Heel heel erg jammer, want we kunnen wel zien dat het geheel daarvoor goed gelopen heeft. Nicky wil graag dat wij er weer structuur in terug brengen. Maar hoe doe je dat als vijfennegentig procent van het personeel alleen Swahili spreekt? Na enkele dagen kregen wij al door dat onze taak meerendeels zou bestaan uit het uitgeven van de voorraad, de deur van de storage open en dicht doen, het bijhouden van de uitgifte en het her en der geven van opdrachten die vervolgens niet worden uitgevoerd. Eigenlijk kort gezegd: opzichter zijn. Aan koken zou Marjon niet eens toekomen en we gleden al snel af in het uitdelen van orders op een koloniale manier wat totaal tegen onze gevoelens indruiste. Communicatie was nauwelijks mogelijk wat bij ons leidde tot "enige" frustratie.

Wat we in ons vorige verhaal nog niet verteld hadden, is dat de proefperiode tot begin juli, tijdens de afwezigheid van Nicky, een achterliggende gedachte had. We zouden gaan kijken of het zou bevallen om daarna de mogelijkheid te hebben de twee restaurants en de bar voor langere tijd te gaan ‘leasen’.
Kokkie en Barrie hadden al snel door dat dit niet haalbaar zou zijn. De kopjes werden bijelkaar gestoken. "Heeft het dan nog wel zin om de komende periode te blijven? Elke dag als politieagent op te moeten treden. Niet toe te komen aan koken. Alle verantwoordelijkheid te nemen zonder dat we voldoende inzicht hebben in de gang van zaken van menig aspect. Blijven hopen dat het de volgende dag beter zou gaan en eigenlijk al weten dat dat niet zo zal zijn. Gefrustreerder en gefrustreerder worden en dan met een slecht gevoel na zes, zeven weken verder te reizen?" Ons antwoord daarop is: nee.
Ondanks de vele mooie en leuke momenten die we hebben gehad. Veel gelachen, veel hartelijkheid, lieve nieuwe vrienden. Vreemde situaties waar je alleen maar grinnikend en hoofdschuddend vandaan kunt lopen. Een meisje dat onze dochter wil zijn en mee op reis. Elke dag nieuwe woorden in Swahili leren, waarna iedereen weer in een deuk lag als wij het probeerden uit te spreken. De mensen zijn zorgzaam en lief, maar de cultuurverschillen zijn zo groot dat samenwerken echt een stevige kluif is. Eentje waar wij onze tanden niet op kapot willen bijten.

Gelukkig hebben we alle dagen zeer open met Nicky gecommuniceerd en wisten we dat we elke dag de mogelijkheid hadden wederzijds er de brui aan te geven. Nicky heeft ons de mogelijkheid geboden eens achter de schermen te kijken. Te ervaren hoe het is om in Afrika een zaak te runnen. Als je niet als blanke geboren bent in Afrika, je niet de taal beheerst en geen inzicht hebt in de denkwijze van de lokale bevolking kan het runnen van een business je snel de kop kosten. Toen Nicky hier twaalf jaar geleden terugkwam op haar geboorteplek en de business startte, is ze er na een jaar geestelijk bijna aan onderdoor gegegaan. Zo erg dat ze tijdelijk opgenomen moest worden. Maar ze had kracht, pakte de boel toch weer op en zorgde ervoor dat ze een van de best lopende plekken in dit gedeelte van Tanzania heeft. Helaas heeft ze het door omstandigheden nu gedeeltelijk los moeten laten. Daarvoor is ze een oplossing aan het zoeken. Wij zijn Nicky meer dan dankbaar voor de kans die we hebben gekregen en hebben gemerkt dat we, ondanks alle tegenslagen, een goed werkend duo zijn. Een meer dan geweldige ervaring rijker. En zij is blij dat we haar weer dingen hebben laten inzien en hebben doen beseffen dat het scheiden van de lodgeverhuur en het restaurant/bar-gedeelte bijna onmogelijk is omdat het te verwoven met elkaar is.

Barrie en Kokkie af zijnde, weten we nu helemaal zeker dat we in Afrika geen toekomst willen opbouwen. We sturen Mbali weer de weg op richting Malawi, Zambia, Botswana, Namibie en Zuid-Afrika. Genietend van al het moois wat we nog gaan zien, voordat we over een kleine drie maanden Mbali weer op de boot zetten en wij in het vliegtuig stappen terug naar Nederland, naar onze dierbare vrienden en familie. Na twee jaar weer op zoek gaan naar een vast dak boven ons hoofd en vol goede moed opnieuw starten.

Maar eerst op naar Malawi!

Eindelijk de lang beloofde foto’s >>>

27 May 2008
By on 08:28