Goed nieuws: het aantal gespotte leeuwen is opgelopen tot 13! En tel daar nog maar een achttal neushoorns, zo’n kleine tweeduizend zebra’s en werkelijk talloze olifanten bij. En vergeet de hordes giraffes, wildebeast, impala’s, springbokken, twee uilen en andere schitterende dieren niet.
Je snapt het al: we zijn in Ethosha Game Park geweest. De eerste nacht hebben we zo’n vijfentwintig kilometer buiten het park gekampeerd. En daar een Zuid-Afrikaans stel ontmoet. Te veel van zijn whiskey gedronken en de dus de volgende ochtend niet al te vroeg vertrokken voor onze safari. De verwachtingen waren hooggespannen. We wilden graag binnen het park de nacht doorbrengen op 1 van de drie campings, maar die blijken door hordes Zuid-Afrikaners in troepen van zes of meer wagens volledig te zijn volgeboekt. Gelukkig zagen we vlak voor de gate een bordje van een camping aan de rand van Etosha. Dus we hadden een achter-de-handje.
Nog maar net binnen werden we al getrakteerd op vele vele beesten. Met ons wilde-dieren-boekje in de hand kruisten we ze een voor een af. Gezien! Check! Next! De zebra’s liepen af en aan. Hordes olifanten drinkend aan een waterhole. Een eenzame olifant speciaal voor ons op een afgelegen lunchplekje. Gelukkig hadden we net een plasstop gemaakt, want dan stap je toch niet zo snel uit…
Het was echt een feest. Schitterende vergezichten over een inmense zoutpan, trillende horizon, wispelturige acacia’s, bosjes waar waarschijnlijk leeuwen in verborgen zaten. We genieten!
Aan het eind van de dag (in vier dagen hebben we zo’n 650 kilometer afgelegd in het park) zien we een kudde olifanten aan het water, met kleintjes en al. En, driehonderd meter voor de uitgang schrikt Simon opeens op uit een mijmerend moment. Een grote neushoorn vlak langs de kant van de weg. De neushoorn schrikt minstens zo erg. Maakt een wilde sprong en zet het op een lopen. Helaas heeft Marjon hem (nu nog niet) gezien.
Bij de campsite aangekomen blijkt het een behoorlijk nieuwe luxe lodge te zijn. We besluiten het er lekker van te nemen en die avond uit eten te gaan. Op de kampeerplek vinden we een eigen douche en toilet, een braai met hout, elektra en overal warm water. Walhalla, denken we. Hier willen we wel een dagje blijven. Helaas zijn ze voor de volgende dagen helemaal volgeboekt (ja, zuid-afrikaners), dus moeten we het doen met een heerlijke avond. Lekker eten, mooi wijntje erbij, napraten aan een vuurtje. Niks kramperen dus… Met een stel oost-duitsers kletsen we over hun vakantie en onze reis. We vertellen dat Marjon altijd de auto bestuurd. Dat vinden ze wel bijzonder. Of dat geen problemen oplevert, willen ze weten. Nou, het valt mee. Maar soms wel rare situaties. Zoals aan de grens met Namibie waar Marjon de formaliteiten voor haar rekening neemt. Bij het afstempelen van het carnet vraagt de beambte "Where is the driver?" Waarop Marjon zegt dat zij dat is. No no, where is the driver? Een vrouw achter het stuur is nog steeds geen gewone zaak hier.
Omdat we toch een nachtje in het park willen blijven, beslissen we de tweede dag wederom niet te vroeg te starten en het erop te wagen naar het middelste kamp te rijden. Als we rond vijf uur daar zullen aankomen, kunnen ze ons (denken we) echt niet weigeren. De uitgang is dan te ver en ons de bush insturen zullen ze toch niet doen (???).
Het wordt weer een dag vol dieren en mooie natuur. Mbali zoeft over de geeffende witte zandpaden en wij kijken onze ogen vuurrood. Verrekijker en camera op schoot en een grijns op de mond. Vandaag ziet ook Marjon de neushoorn.
Vlak voor we naar de camping rijden hebben we nog een andere bijzondere ontmoeting. We rijden naar een waterhole en zien daar een aantal auto’s staan. Dat betekent vaak dat er iets bijzonders is. We tellen een stuk of dertien olifanten aan de waterkant. 13? Ongeluk? Toch maar er op af. En daar staan we op een paar meter afstand. De zon staat laag en het licht straalt schitterend over de dikhuiden. Als ze uitgedronken zijn, gaat er eentje, waarvan wij al denken dat het een linke loetje is, de weg vrijbanen voor de rest. En ja hoor, hij loopt recht op ons af. Met donkere, dreigende ogen. We beginnen elkaar een beetje raar aan te kijken. Wat gaat ie doen? Nog een paar stappen. Wat klapperen met de oren en stampen met de voeten. Nu beginnen we hem toch wel een beetje te knijpen. Dat beest verpletterd je wagen zo als ie wil. Op een meter voor de auto draait ie gelukkig wat bij. Onze harten zitten inmiddels in de keel. Hij loopt een eindje verder maar stopt dan. Neemt ie een aanloopje?, denken we angstig…
Gelukkig loopt het allemaal goed af. De hele horde, waaronder een enorme joekel met werkelijk waar vijf benen (of was dat iets anders) loopt tussen de auto’s door het bos in. En ‘loetje’ volgt ze na een tijdje. Pfff… Wild kijken is leuk, maar kan ook behoorlijk stressend zijn, leren we vandaag.
Op de camping hebben we meer geluk. We kunnen er blijven. We nemen ons plekje in en spoeden ons naar de waterhole. Daar zit iedereen naar de rimpels van het water te kijken. Geen beest in de buurt. Dus eerst maar wat eten en daarna terug met een flesje wijn. Marjon krijgt telefoon en gaat even buitenaf staan kletsen met Marije. Simon blijft zitten en ziet zowaar de derde neushoorn. Hij sprint nog naar Marjon, maar als die even later komt, is neusie al weer verdwenen.
Met de kou in de botten duiken we de daktent in. Het kan hier namelijk behoorlijk frisjes worden. Een graadje of zes in de nacht vinden we al luxe. Dus veel vuurtjes stoken, dik in de fleeces en vroeg naar bed.
Dag drie. Tja, weer veel beesten, dat wordt voor jullie natuurlijk een beetje saai. Het hoogtepunt van de dag was een mooie leeuwin. De plek een beetje raar. Ze zat onder een zonnepaneel. Werkelijk waar. Het paneel zorgt voor energie voor een waterpomp in het droge seizoen. En de leeuwin vondt het wel een lekker schaduwplekje. Erom heen wat impala’s, zebra’s en kudu’s die zich verstandig genoeg niet te dicht in de buurt waagden. Jammer voor ons en de leeuwin, gelukkig voor hun.
Een zelfde poging bij de derde camping loopt op niets uit. We worden heengezonden met de boodschap dat het vol zit. Het heugelijke feit dat dit onze trouwdag is wordt vriendelijk terzijde geschoven. Vol is vol. Dus rijden we het park uit en gaan naar een camping waar Marjon ‘s ochtends al mee gebeld had om te vragen of er plek was. Als we er aankomen blijkt 99 procent van de campsite al vol met (jaja) zuid-afrikaners. Die nemen zoveel plek in, da’s niet normaal. Met dikke wagens, bakkies erachter, tenten, braais, de hele rimram eigenen ze zich het gebied toe. Marjon is niet blij. Dus gaan we naar de receptie en vragen hun ons een plekje aan te wijzen. Ze spreekt even met de eigenaar en als ze laat vallen dat het onze trouwdag is, keert hij zich om en komt terug met een sleutel. We krijgen een huisje aangeboden. Is dat niet waanzinnig lief?
De veranda wordt omgebouwd tot mobiele keuken en we drinken een fles Champagne. Zoals gezegd is in Namibie alles weer te krijgen… Kaasje, toastje, risotto en een warme douche. Verwennerietus!
We twijfelen even of we nog een dag het park in moeten gaan. En nadat we de foto’s van de vorige dagen hebben bekeken, besluiten we het er nogmaals op te wagen. Wellicht is er zelfs een plekje op de camping in het park. Om vijf uur staan we naast ons bedje. Drinken een bakkie en stappen Mbali in. Vlak na opening staan we bij de gate. We toeren een rondje en gaan vroeg langs de campsite om te informeren. Na een uurtje zijn de dames van receptie eruit. Er is nog wel een spot over. Blij dit te horen, gaan we voor de vierde dag het park in. En genieten weer van al het moois.
In de middag rijden we terug naar de camping waar een mooie waterhole bij ligt. Hier zijn volgens de verhalen vaak neushoorns te zien. En dat is waar. ‘s Avonds staan we op drie meter afstand van de black rhino, een van de gevaarlijkste beesten uit het wild. En er lopen er nog vier rond. Jammie! Als toetje komt er een club van negenentwintig olifanten. Van reusachtig groot tot piepklein naar de waterbron. We glunderen van geluk en zijn blij dat we nog een dagje zijn gegaan.
‘s Ochtends moeten we wederom om vijf uur op, want onze ticket loopt maar tot kwart voor zeven. Als we over een asfaltweg naar de uitgang rijden, zegt Simon tegen Marjon dat ze best wat harder kan gaan dan de maximale zestig die je hier mag. Marjon vindt dat niet zowat. Je weet nooit wat je voor de wagen kunt krijgen. Dus toeren we met zestig verder. Niet veel later zegt Marjon opeens: wat loopt daar nu? Het zijn twee leeuwen. Ze steken zomaar zonder op of om te kijken voor ons de weg over. Verdwijnen in de bush en zijn niet meer terug te vinden. Wauw! Maar da’s nog niet het laatste, twee kilometer verder ziet Marjon weer iets in het gras. Daar liggen nog twee leeuwen! Een majesteuze kerel. King of the rimboe. Etosha eindigt zoals het telkens is geweest: geweldig, voortreffelijk en zeer bijzonder!
Nu staan we in Outjo, een leuk plaatsje 90 kilometer ten zuiden van Etosha. Tijd voor een dagje rust. Nou ja, wassen, deuren smeren, water vullen, dekbed verdubbelen, mailtjes schrijven, foto’s sorteren, verhalen schrijven en een overheerlijke stamppot zuurkool maken. Met echte verse worst. Het is winter hier, dus dat kan. Gisteren was er nog een Duitse vrouw die ons zag zitten met mutsen op en dikke jassen aan. Ze vroeg: Wie war die schifahrt? Zo zaten we erbij te kleumen. Dat is dus ook Afrika.
En nu richting het noorden. Naar de Himba’s. Je ziet ze hier ook al langs de weg. Hun haren en huid besmeurt met rode modder. Ze wassen zich nooit. Dat schijnt niet te mogen. Maar besmeuren zich iedere dag weer met verse (dat dan weer wel) modder. We zijn benieuwd of het echt iets moois wordt of dat de commercie er al zo hard heeft toegeslagen dat het eigenlijk een beetje beschamend is. We’ll see.
Maar eerst wacht ons voor de tweede keer de ‘red line’, een groot hek dwars door Namibie van west naar oost. Een soort Berlijnse muur dus. Boven de lijn vind je nog het authentieke Afrika. Dorpjes, geiten en koeien op de weg, veel mensen langs de baan. Eronder heerst de luxe en de geregeldheid. Alles afgerasterd met hekken. En veel witte gezichten. Vlees mag niet heen en weer worden vervoerd in verband met mond- en klauwzeer. Dus hebben we voor het moment even geen koelkast, waarin geen lekkere worsten, spek en gehakt zit. Op naar het Noorden…
Maar eerst is het tijd voor vele dierenplaatjes. Geniet er maar van >>>